wielerklassieker verslag
Parijs - Brussel, 300 kilometer |  Jaap Buter  |
  |  publ. 3 dec 2005  |
13 juni 2004. Rustdag: maandag 12 juli. Dit is mij zeer goed bevallen. Lekker ontbijten van 08.00 u 's ochtends tot een uur of half elf; ik vond het prima. Mijn benen voelden toch een beetje houterig aan. Daarna de fiets een beetje schoonmaken, ketting invetten. Een beetje bijkletsen met de fietscollega's. Een uitstapje naar Parijs leek mij toch te vermoeiend. Cees Ris om raad vragen. Cees kan met zijn handen voelen hoeveel bandenspanning erop staat!

Later op de dag wilden Martin Gerritsen en ik nog een uurtje gaan losrijden. Maar het weer liet het niet toe. In plaats daarvan een 3,5 km langen wandeling naar het megawinkelcentrum “Val d' Europe”. Zeer imposant, hele straten met alleen maar speelgoedwinkels of sportwinkels. 's Avonds een echte sportmaaltijd. En luisteren naar de ervaringen van de uitpijlers Hans Tesselaar en Tom Zuijdervliet. Petje af voor beide mannen!

Kamergenoot Rob('Lance') Hill en ik hadden afgesproken: dit zou ons geen 2e keer gebeuren, dat de grote groep al weg was voor ons! De wekker werd om 04.15u al gezet. We hadden ons eigen ontbijt al op de kamer opgepeuzeld. Naar beneden. Luisteren naar de briefing.Naar de 3e etage.Tassen en koffers gepakt. Weer naar beneden en:…. bijna iedereen was weer weg! *#@!*&%! Doodziek was ik er van! Toch weer teveel getreuzeld. Opnieuw een inhaalrace. Geinig! En ik vind het juist zo leuk om met een voltallige groep te vertrekken!

We bevonden ons in het illustere gezelschap van Peter Horsmeijer uit Purmerend. Die hebben we snel laten gaan. Samen met 3 andere logenoten besloten we het nu iets meer geleidelijk aan te doen. Dat was verstandig. Als het omhoog ging voelde ik mijn benen al.

Parijs-Brussel. Een monster van 300 km lang. Met 2400 hoogtemeters bijna net zoveel als 2 dagen eerder, dan wel weer meer uitgesmeerd over de langere afstand. Maar je moet ze toch maar rijden. We passeerden na 20 km de camper met Jan Calis en Frits van der Born uit Amsterdam. Het was droog weer bij een temperatuur van zo'n 16 graden. Geen wind van betekenis. Ideaal! In de verte doemden kleine stipjes op in het glooiende Franse landschap. Langzaam maar zeker reden Rob en ik er naar toe. Na 42 km hadden wij ze ingehaald na de valse klim Acy en Multien bij Boullare. Het gezelschap bestond uit: Maarten Rood uit Arnhem, Ruud(Fignon) Smeding uit Amsterdam, een zekere “Harry” uit Zoetermeer, de Tilburgers Jelle Kieboom en Sander van den Assem, en….jawel Cees Ris uit Erica. Met 8 man trokken we rustig verder. Maarten Rood had zojuist een frontale botsing met een veldmuisje overleefd. Het diertje wist zich zwaargewond de berm in te slepen… toeval of niet: hierna begon het cranckstel van Maarten angstaanjagend te kraken! Slingerend door pittoreske dorpjes, bossen en korenvelden trokken we verder. Het was een leuk groepje. Hier wilde ik wel bijblijven. Sander, Jelle en Cees had ik de vorige tocht al meegemaakt. Als het steil werd ging het lekker relaxed omhoog! Er sloten 4 Belgen in hun zebrashirts aan. Ze mochten van ons wel op kop rijden…Opeens: “Goedemorgen samen”! De schrik sloeg ons om het hart! Het was Gerard de Rijber(55) uit Meppel. De notoire verkeerdrijder! We verzochten Gerard beleefd doch dringend om achteraan aan te sluiten. Lachend begreep Gerard onze hint. Wij wilden zeker niet verkeerd rijden! Hij moest bij de start nog even een grote boodschap doen, en had de grote groep ook gemist.

We doorkruisten het gebied van de l'Oise. Op een hoog plateau brak de zon door, de wind begon een beetje op te steken. Cees Ris ontpopte zich als een ware “Le Patron de Peloton.”  “Naar links, ga waaiers maken. Rustig aan! Nu gang maken!” Cees had allerlei tips. En iedereen luisterde blindelings. Cees Ris(74) presteerde het zelfs om tijdens de afdalingen doodleuk te demarreren, en zij aan zij met Sander van den Assem(binnendoor en buitenom) vocht hij adembenemende duels uit! Ook bleek Cees over een creatieve geest wat betreft plaspauzes te beschikken! Iedereen vond het goed. Het was immers een historische tocht: de allerlaatste van de 68 klassiekers( 5 brevetborden en 3 klassiekers), die Cees zou rijden. Er werden overal foto's van Cees gemaakt.

Jelle Kieboom(26) kreeg steeds meer problemen met zijn knie. Ook Maarten Rood's cranckstel stond op punt van begeven. Ik wachtte nog een tijdje met kopwerk. Eerst herstellen. Ruud en Sander en ook Rob Hill wisselden steeds af met kopwerk. In de verte doemde na 100 km de eerste controlepost op: het door oorlogsgeweld geruïneerde kasteel ”Chateau de Hauteville.” Een prachtig slingerende klim, binnen de km van 65 naar 175 m hoogte.

Bij Septvaux, een paar km verder stapte Maarten Rood af. Het ging niet meer met zijn cranckstel. Spijtig voor hem keerde hij terug naar het kasteel.

Sander van den Assem ging steeds beter rijden, en stelde zich kandidaat voor de US Postalploeg voor 2005. Samen met Amsterdammer Ruud Smeding heeft hij het leeuwendeel van het kopwerk gedaan. Smeding werd hoe langer hoe vrolijker. Hij begon te zingen, en iedere Francaise werd met een vrolijk: “Bonjour!” begroet. Haagse Harry werd steeds stiller maar schreeuwde wel moord en brand als het tempo iets teveel werd opgeschroefd. Jelle kreeg met zijn kleine verzet steeds meer knieproblemen. Ikzelf was niet top, maar wachtte steeds het goede moment af om de kopwerkers Ruud en Sander een beetje af te lossen.
Controle na 160 km bij het dorpje Vadencourt bij de auto van de begeleiders Melanie ten Brink en Werner van den Berg. Na een korte pauze achtte Gerard de Rijber de tijd gekomen om alleen verder te rijden en....reed prompt verkeerd bij de eerste de beste afslag! Hoe is het mogelijk! Wij schreeuwen en brullen, maar Gerard peddelde rustig verder…Plotseling een wegonderbreking bij Etroengt na 187 km. Grondwerkers hadden zojuist een dik tapijt met teer over de weg uitgestrooid. Wij moesten klunen. Sander, ikzelf en achterblijvers Jelle Kieboom, Haagse Harry en Ruud Smeding besloten langs de berm verder te lopen. Ongeveer 350 meter. Slecht voor je fietsgemiddelde! Cees Ris en Rob Hill namen wel het risico om over het zachte wegdek te rijden. Mij niet gezien! We moesten helaas Harry en Jelle achterlaten. Afspraak was om bij de controle van het dorpje Solre-le-Chateau op 214 km weer bij mekaar te komen. Bij de controle zei Hans Tesselaar dat de bus met voeding en drinken nog niet was gearriveerd. We haalden ruimschoots de tijdslimiet van 15.45u. Het was inmiddels 14.45u en ik ging maar water halen in een Frans cafeetje. Later bleek Jelle te zijn afgestapt. Hij kreeg gelukkig wel zijn stempel voor zijn klassieker. Omdat Jelle toch meer dan 200 km in zijn roze “Once”-shirt had afgelegd. “Ik baal wel enorm, ik had 'm liever uitgereden!”

Ik had ondertussen de tijd om het rijden van Cees Ris eens te observeren. Hij is heel intelligent. Hij zorgt altijd dat hij in een groep op de 3e plaats zit. Zo zit hij bij tegenwind nooit op de kant. Hij hoeft daar ook nooit gaten dicht te rijden, die anderen laten vallen. Immers, de 2 beste renners zitten vooraan. Hij zoekt bijna altijd het goede wiel. Bij klimmetjes gaat het wel moeilijker(hij moet toch 80 kg naar boven slepen), maar met een klein verzetje gaat ook Cees niet kapot. En afdalen kan hij als de beste!

Na 225 km passeerden we de Belgische grens en we moesten dat vrijwel meteen aan den lijve ondervinden. Het tot dan toe keurige Franse asfalt maakte plaats voor de bekende Belgische gaten en kuilen. Deze worden dan provisorisch opgevuld met lukraak neergekwakte stukken asfalt. En de beruchte stelcon rijplaten niet te vergeten. Een zeer onplezierig gevoel na 230 km. Toevallig ook nog een kasseienstrook erbij als toetje. En we moesten nog 70 km!

Na 274 km bij Braine la Comte de eerste borden met richting Bruxelles! Een blij maar vermoeid gevoel. Bij Virginal ging ik na 280 km door mijn afstandsrecord. Rob Hill ging merkwaardig genoeg in z'n eentje verder…. We reden goed door en na een pauze reden we door de buitenwijken van Brussel, met de borden van Halle. Na 300.26 km om 18.30u bereikten we bij Sporthal De Bres de finish. Een heerlijke douche en spaghetti completeerden deze dag. Ik had de afstand voor mijn doen goed overleefd. Met een te laat begin, wel in een ontzettende leuke groep de monstertocht afgemaakt. Complimenten aan Sander(US Postal)van den Assem en Ruud(Fignon)Smeding voor hun vele kopwerk. Bij deze nog Cees Ris nogmaals gefeliciteerd met zijn ontzagwekkende klassiekerprestaties! En de organisatie(en uitpijlers Hans en Tom) olv Gerrit van Loo bedankt voor hun vlekkeloze manier van leidinggeven tijdens dit Klassiekerweekend!