13 juni 2004.
Rustdag: maandag 12 juli. Dit is mij zeer goed bevallen.
Lekker ontbijten van 08.00 u 's ochtends tot een uur of half
elf; ik vond het prima. Mijn benen voelden toch een beetje
houterig aan. Daarna de fiets een beetje schoonmaken,
ketting invetten. Een beetje bijkletsen met de
fietscollega's. Een uitstapje naar Parijs leek mij toch te
vermoeiend. Cees Ris om raad vragen. Cees kan met zijn
handen voelen hoeveel bandenspanning erop staat!
Later op de
dag wilden Martin Gerritsen en ik nog een uurtje gaan
losrijden. Maar het weer liet het niet toe. In plaats
daarvan een 3,5 km langen wandeling naar het
megawinkelcentrum “Val d' Europe”. Zeer imposant, hele
straten met alleen maar speelgoedwinkels of sportwinkels. 's
Avonds een echte sportmaaltijd. En luisteren naar de
ervaringen van de uitpijlers Hans Tesselaar en Tom
Zuijdervliet. Petje af voor beide mannen!
Kamergenoot Rob('Lance') Hill en ik hadden afgesproken: dit
zou ons geen 2e keer gebeuren, dat de grote groep al weg was
voor ons! De wekker werd om 04.15u al gezet. We hadden ons
eigen ontbijt al op de kamer opgepeuzeld. Naar beneden.
Luisteren naar de briefing.Naar de 3e etage.Tassen en
koffers gepakt. Weer naar beneden en:…. bijna iedereen was
weer weg! *#@!*&%! Doodziek was ik er van! Toch weer teveel
getreuzeld. Opnieuw een inhaalrace. Geinig! En ik vind het
juist zo leuk om met een voltallige groep te vertrekken!
We bevonden ons in het illustere gezelschap van Peter
Horsmeijer uit Purmerend. Die hebben we snel laten gaan.
Samen met 3 andere logenoten besloten we het nu iets meer
geleidelijk aan te doen. Dat was verstandig. Als het omhoog
ging voelde ik mijn benen al.
Parijs-Brussel. Een monster van 300 km lang. Met 2400
hoogtemeters bijna net zoveel als 2 dagen eerder, dan wel
weer meer uitgesmeerd over de langere afstand. Maar je moet
ze toch maar rijden. We passeerden na 20 km de camper met
Jan Calis en Frits van der Born uit Amsterdam. Het was droog
weer bij een temperatuur van zo'n 16 graden. Geen wind van
betekenis. Ideaal! In de verte doemden kleine stipjes op in
het glooiende Franse landschap. Langzaam maar zeker reden
Rob en ik er naar toe. Na 42 km hadden wij ze ingehaald na
de valse klim Acy en Multien bij Boullare. Het gezelschap
bestond uit: Maarten Rood uit Arnhem, Ruud(Fignon) Smeding
uit Amsterdam, een zekere “Harry” uit Zoetermeer, de
Tilburgers Jelle Kieboom en Sander van den Assem, en….jawel
Cees Ris uit Erica. Met 8 man trokken we rustig verder.
Maarten Rood had zojuist een frontale botsing met een
veldmuisje overleefd. Het diertje wist zich zwaargewond de
berm in te slepen… toeval of niet: hierna begon het
cranckstel van Maarten angstaanjagend te kraken! Slingerend
door pittoreske dorpjes, bossen en korenvelden trokken we
verder. Het was een leuk groepje. Hier wilde ik wel
bijblijven. Sander, Jelle en Cees had ik de vorige tocht al
meegemaakt. Als het steil werd ging het lekker relaxed
omhoog! Er sloten 4 Belgen in hun zebrashirts aan. Ze
mochten van ons wel op kop rijden…Opeens: “Goedemorgen
samen”! De schrik sloeg ons om het hart! Het was Gerard de
Rijber(55) uit Meppel. De notoire verkeerdrijder! We
verzochten Gerard beleefd doch dringend om achteraan aan te
sluiten. Lachend begreep Gerard onze hint. Wij wilden zeker
niet verkeerd rijden! Hij moest bij de start nog even een
grote boodschap doen, en had de grote groep ook gemist.
We doorkruisten het gebied van de l'Oise. Op een hoog
plateau brak de zon door, de wind begon een beetje op te
steken. Cees Ris ontpopte zich als een ware “Le Patron de
Peloton.” “Naar links, ga waaiers maken. Rustig aan! Nu
gang maken!” Cees had allerlei tips. En iedereen luisterde
blindelings. Cees Ris(74) presteerde het zelfs om tijdens de
afdalingen doodleuk te demarreren, en zij aan zij met Sander
van den Assem(binnendoor en buitenom) vocht hij
adembenemende duels uit! Ook bleek Cees over een creatieve
geest wat betreft plaspauzes te beschikken! Iedereen vond
het goed. Het was immers een historische tocht: de
allerlaatste van de 68 klassiekers( 5 brevetborden en 3
klassiekers), die Cees zou rijden. Er werden overal foto's
van Cees gemaakt.
Jelle Kieboom(26) kreeg steeds meer problemen met zijn knie.
Ook Maarten Rood's cranckstel stond op punt van begeven. Ik
wachtte nog een tijdje met kopwerk. Eerst herstellen. Ruud
en Sander en ook Rob Hill wisselden steeds af met kopwerk.
In de verte doemde na 100 km de eerste controlepost op: het
door oorlogsgeweld geruïneerde kasteel ”Chateau de
Hauteville.” Een prachtig slingerende klim, binnen de km van
65 naar 175 m hoogte.
Bij Septvaux, een paar km verder stapte Maarten Rood af. Het
ging niet meer met zijn cranckstel. Spijtig voor hem keerde
hij terug naar het kasteel.
Sander van den Assem ging steeds beter rijden, en stelde
zich kandidaat voor de US Postalploeg voor 2005. Samen met
Amsterdammer Ruud Smeding heeft hij het leeuwendeel van het
kopwerk gedaan. Smeding werd hoe langer hoe vrolijker. Hij
begon te zingen, en iedere Francaise werd met een vrolijk:
“Bonjour!” begroet. Haagse Harry werd steeds stiller maar
schreeuwde wel moord en brand als het tempo iets teveel werd
opgeschroefd. Jelle kreeg met zijn kleine verzet steeds meer
knieproblemen. Ikzelf was niet top, maar wachtte steeds het
goede moment af om de kopwerkers Ruud en Sander een beetje
af te lossen.
Controle na 160 km bij het dorpje Vadencourt bij de auto van
de begeleiders Melanie ten Brink en Werner van den Berg. Na
een korte pauze achtte Gerard de Rijber de tijd gekomen om
alleen verder te rijden en....reed prompt verkeerd bij de
eerste de beste afslag! Hoe is het mogelijk! Wij schreeuwen
en brullen, maar Gerard peddelde rustig verder…Plotseling
een wegonderbreking bij Etroengt na 187 km. Grondwerkers
hadden zojuist een dik tapijt met teer over de weg
uitgestrooid. Wij moesten klunen. Sander, ikzelf en
achterblijvers Jelle Kieboom, Haagse Harry en Ruud Smeding
besloten langs de berm verder te lopen. Ongeveer 350 meter.
Slecht voor je fietsgemiddelde! Cees Ris en Rob Hill namen
wel het risico om over het zachte wegdek te rijden. Mij niet
gezien! We moesten helaas Harry en Jelle achterlaten.
Afspraak was om bij de controle van het dorpje
Solre-le-Chateau op 214 km weer bij mekaar te komen. Bij de
controle zei Hans Tesselaar dat de bus met voeding en
drinken nog niet was gearriveerd. We haalden ruimschoots de
tijdslimiet van 15.45u. Het was inmiddels 14.45u en ik ging
maar water halen in een Frans cafeetje. Later bleek Jelle te
zijn afgestapt. Hij kreeg gelukkig wel zijn stempel voor
zijn klassieker. Omdat Jelle toch meer dan 200 km in zijn
roze “Once”-shirt had afgelegd. “Ik baal wel enorm, ik had
'm liever uitgereden!”
Ik had ondertussen de tijd om het rijden van Cees Ris eens
te observeren. Hij is heel intelligent. Hij zorgt altijd dat
hij in een groep op de 3e plaats zit. Zo zit hij bij
tegenwind nooit op de kant. Hij hoeft daar ook nooit gaten
dicht te rijden, die anderen laten vallen. Immers, de 2
beste renners zitten vooraan. Hij zoekt bijna altijd het
goede wiel. Bij klimmetjes gaat het wel moeilijker(hij moet
toch 80 kg naar boven slepen), maar met een klein verzetje
gaat ook Cees niet kapot. En afdalen kan hij als de beste!
Na 225 km passeerden we de Belgische grens en we moesten dat
vrijwel meteen aan den lijve ondervinden. Het tot dan toe
keurige Franse asfalt maakte plaats voor de bekende
Belgische gaten en kuilen. Deze worden dan provisorisch
opgevuld met lukraak neergekwakte stukken asfalt. En de
beruchte stelcon rijplaten niet te vergeten. Een zeer
onplezierig gevoel na 230 km. Toevallig ook nog een
kasseienstrook erbij als toetje. En we moesten nog 70 km!
Na 274 km bij Braine la Comte de eerste borden met richting
Bruxelles! Een blij maar vermoeid gevoel. Bij Virginal ging
ik na 280 km door mijn afstandsrecord. Rob Hill ging
merkwaardig genoeg in z'n eentje verder…. We reden goed door
en na een pauze reden we door de buitenwijken van Brussel,
met de borden van Halle. Na 300.26 km om 18.30u bereikten we
bij Sporthal De Bres de finish. Een heerlijke douche en
spaghetti completeerden deze dag. Ik had de afstand voor
mijn doen goed overleefd. Met een te laat begin, wel in een
ontzettende leuke groep de monstertocht afgemaakt.
Complimenten aan Sander(US Postal)van den Assem en Ruud(Fignon)Smeding
voor hun vele kopwerk. Bij deze nog Cees Ris nogmaals
gefeliciteerd met zijn ontzagwekkende klassiekerprestaties!
En de organisatie(en uitpijlers Hans en Tom) olv Gerrit van
Loo bedankt voor hun vlekkeloze manier van leidinggeven
tijdens dit Klassiekerweekend!
|