wielerklassieker verslag
Parijs-Brussel, 298 kilometer                 |  Johan Veninga  |
10 uur en 2 minuten, 2.383 hoogtemeters                 |  publ. 8 nov 2006  |

 

Na een rust- en reisdag stond deze morgen de tweede rit op het programma. In het donker ging peloton het om kwart over zes tussen de auto's op pad. "Zodra de auto weg is, gaan we demarreren", kondigde Martin de avond ervoor meermalen aan. Toen had ik nog zoiets van "je doet maar", maar mijn benen voelen wonderwel goed en de kriebel is er weer. Als na Meaux de voorrij-auto verdwijnt, demarreert Martin, zoals aangekondigd, en ik heb zijn wiel te pakken.

Opnieuw wordt er een groot gat geslagen, maar achterin wordt alerter gereden. Nadat eerst een groep Belgische renners aansluiten en de leiding overnemen, komt na een afdaling nog een groep aansluiten, ondermeer met Maarten Rood van Wielerklassieker.nl, die met deze rit zijn klassiekerbordje vol wil maken. Met 20 man gaat het verder. De Belgen rijden voorop en het gaat hard, heel hard. Op kilometer 70 volgen enkele klimmen, waarbij de groep helemaal uit elkaar wordt getrokken. Eerst weet ik in de klim weer naar het tweede groepje van een man of 5 te rijden, maar op kilometer 85 moet ook ik eraf op een klim, dit gaat gewoon te hard voor mij. Martin sluit even later weer aan bij mij en samen rijden we de laatste kilometers naar de eerste controle op 100 kilometer. De klim naar het kasteel is prachtig, lange klimmen liggen me gewoon beter, en bijna weet ik de groep die ik los moest laten weer bij te halen. Het gaat nergens om, maar leuk is het wel. Mijn benen voelen nog steeds super en ik wil zo gauw mogelijk door. De Belgen pauzeren langer, waardoor er weer een kleine kopgroep ontstaat, dit keer van 6 man. En ik zit er weer bij, en dat was weer niet mijn bedoeling. Nog 200 kilometer te gaan. Maarten kan niet lang aanhaken. Binnen 5 kilometer is het  gebeurd, zijn tank is leeg.

 

Lekke band
Controle in Coucy-le-Chateau

5 man, waarvan 4 uit dezelfde groep als eergisteren, gaan door. De organisatie is snel weer gevonden en in een zelfde lint rijden kop-over-kop door Noord-Frankrijk. Zitten er in het begin nog enkele lastige klimmetjes, na 30 kilometer is het toch echt alleen maar glooiend en kan er goed tempo worden gemaakt. De volgende stop is op kilometer 160. 3 kilometer voor we die bereiken, rijdt Gerrit ons met de auto voorbij, net op tijd. We kunnen water bijvullen en wat eten. Als we weer weg gaan, bereiken ook de Belgen de volgende stop. Met de waarschuwing dat we waarschijnlijk te vroeg bij de volgende controle gaan zijn, zetten we vlot koers omhoog. We zijn over de helft en dat motiveert. Het blijkt de waarheid, als we in Solre le Chateau aankomen, is er nog geen bus. We rijden door, en gaan op zoek naar water, want het begint nu rap warmer te worden. In Cousolre is een vriendelijke Fransman bereid onze bidons te voorzien van water. Vlot daarna gaat het over de Belgische grens, gekenmerkt door hele slechte wegen. Op een klein landweggetje raakt ons geluk op. Ik rijd lek, en als we 7

minuten later weer rijden, rijd 3 minuten later Martin lek. Niemand rijdt door, we blijven met z'n vijven bij elkaar. Ik ben mijn ritme echter kwijt en moet kopwerk laten gaan. Ik denk een dip, net als zondag, maar het wil niet over gaan. Na 20 kilometer achteraan te hebben gereden, zwaai ik 'tot straks' en ga in mijn eigen tempo verder. Ik begin last te krijgen van de warmte en moet rustiger aan. Even verderop staat de groep bij te vullen bij iemand die zijn auto wast en zijn we weer even compleet. Lang

 

duurt het niet, want al gauw moet ik ze weer laten gaan. Ik eet wat en drink rustig. Als de groep 500 meter voor me rijdt, zie ik ook Martin afhaken. Hij probeert me nog op te monteren, maar zo snel lukt het me niet. Hij neemt nu mij op sleeptouw en door een erg warm België gaat het op naar Halle. 20 kilometer voor de Finish staan de andere 3 bij te tanken bij een tankstation en is de groep wederom compleet. Ik ben mijn dip kwijt, eindelijk en weet nu dat ik meekan met hen. Als we een bordje "Halle, 5 kilometer" zien, geeft me dat nog een beetje extra energie. Een demarrage lukt echter niet meer, en Martin en ik waaien er 3 kilometer voor de tijd opnieuw af, al is het gat nu niet groter dan een paar honderd meter, waardoor we 30 tellen na de eerste drie bij de bus aankomen. Nu ben ik wel echt vermoeid, en zelfs water en cola helpen niet zo snel als zondag. 10 minuten later begin ik weer te praten en weet dan van mezelf dat het wel weer goed zit. Een douche en een heerlijke pastamaaltijd volgen. Doordat we in het begin zo hard hebben gereden, hebben we in

de laatste 40 kilometer veel terrein prijs gegeven. Minuten na ons druppelen de eerstvolgende renners binnen. Toch zijn de verschillen echt groter, want het duurt tot na 8 uur voordat iedereen binnen is en de bus kan worden geladen. Om kwart voor negen verlaten we het parkeerterrein en gaan op naar huis. Vermoeid, maar heel dik tevreden over dit Klassiekerweekend val ik in de bus langzaam maar zeker in slaap. Ik heb genoten.