wielerklassieker verslag
Omloop Het Volk, 210 kilometer |  Jaap Buter |
Gezellige Omloop in perfect weer |  publ. 1 dec 2005  |

 

24 april 2004. De 4e Brevetrit was vooraf gevreesd. Een te koud voorjaar was er schuldig aan dat er nog te weinig getraind kon worden. Vooral om het duurvermogen omhoog te krijgen, moet je dan eigenlijk ook lange ritten maken. Ik was nog niet verder geweest dan 157 km! Stiekum zat ik hem ook te knijpen voor een koude en natte Omloop Het Volk…    

Maar dat viel ontzettend mee. In de dagen voor deze Vlaamse Klassieker was het al een zacht lenteweertje, terwijl op de vrijdag ervoor het zelfs 22 graden was. Een lekker autoritje zorgde al voor een relaxte sfeer. Alleen op de onvermijdelijke Ringweg van Antwerpen hadden we natuurlijk weer een file. Een ongeluk op de Westoever van de Schelde zorgde voor 1u 15 minuten oponthoud. Om 14.45 uur arriveerde ik in Gent. Het pensionnetje had ik snel gevonden. "De Veergrep" in de Kortrijksepoortstraat was een alleraardigst onderkomen. Van de Kabouter Plop-achtige pensionbaas mocht ik zelfs zijn garage lenen om auto en fiets te stallen. Hartstikke handig!

Vrijdagavond nog naar pizzeria "El Barolo" geweest, waar ik voor € 15,= een complete pastamaaltijd met voorgerecht en 2 Duveltjes kreeg voorgeschoteld! 's Nachts heb ik bij wijze van uitzondering zeer goed geslapen. Dat merkte ik 's ochtends om 05.20u bij het opstaan zeer goed. Om 6 uur naar de start bij de Gentse Roeivereniging. Bij het inschrijven was het nog zeer rustig. Ik besloot om 6u35 te gaan rijden in een rustig tempo. Af en toe zag je en verdwaalde fietser. Het was wel steenkoud en mistig, ongeveer 5 graden. Windjack en kniestukken bewezen een goede dienst. Tussen bomen en huizen ging het nog wel, maar op de kale stukken tussen de Leie en de Schelde was het ijskoud. Met betraande ogen en een pegel op je neus vervolg je je weg. Langs eenzame boerderijtjes en dorpsweggetjes waar af en toe een hond of een paar loslopende kippen de stilte doorbreken.

Bij Nazareth na 11 km werd ik ingehaald door 4 ervaren Belgen en een Nederlander. Dit was de  bijna 50 jarige Marien Vermerris uit Vlaardingen. Dit groepje reed een mooi tempo van 27 km/u. Net wat voor mij! De Kluisberg vlak bij de Franse grens bleek het 1e opstakel. Met ware haarspeldbochten ging dit toch nog vrij steil en lang omhoog. Na 53 km stond op de top de controle te wachten in het gezellige restaurant. Bij de afdaling hierna ging ik nog bijna onderuit toen ik -onverstandig- nog even snel wat wilde drinken. Voorbij deze heuvel kregen we meteen de Cote de Trieu(De Knokteberg) om de spieren maar goed op te warmen.

Na 66 km de eerste kasseien stroken van de beruchte Oude Kwaremont. Deze was nog heel herkenbaar van De Ronde Van Vlaanderen met de beschilderde karikatuurborden van Museeuw, Vandenbroecke en Van Petegem. Wel rammelen en klimmen ondertussen… Hierna de Kalhoveberg(zie RVV). Even voorbij dit punt hield ik voor een rijksweg even in voor een aankomende auto. Marien reed nog achter mij en dook zo de weg op. Hij had de Belg nooit gezien door het hoge rietgras! Dat scheelde niet veel of Marien had niet Abraham, maar Petrus bij de Hemelpoort gezien! "Ik schrok me rot!", aldus de wit uitgeslagen Vlaardinger.

Marien bleek een uiterst aangename persoonlijkheid met de uitstraling van de vroegere Klassiekerkoning Roger de Vlaeminck. Hij reed op een Jan Janssen-fiets met triple. Ook de Trekshirt met de (opmerkelijk) te korte achterzakjes zorgden voor een professioneel geheel. Goed uitrijden was voor deze winterse schaatsmarathoncrack belangrijker dan snel finishen. Daar kon ik mij goed in vinden. De 4 Belgen gingen op het vlakke plateau echter steeds sneller. Ik volgde ze nog een tijdje, om even voor de Muur van Geraardsbergen weer op Marien te wachten. Daar werd ik in de aanloop nog gebeld door mijn broer Dirk.

In het centrum van Geraardsbergen bleken wegwerkzaamheden roet in het eten te gooien. We raakten even van de route af. De klim zelf ging vrij goed na 100 km. Hij was ook opnieuw bestraat. Toch blijft deze Muur een fenomeen van de eerste orde. Maar dit Kestrel-frame klimt in ieder geval al een stuk beter dan de vorige Batavus. Zeg maar grofweg een tandje zwaarder omhoog klimmen. Het was natuurlijk droog. Dat scheelt! Marien volgde zijn hartslagmeter en reed voor de 1e keer hartstikke trots zonder te stoppen naar boven. Grote klasse!

Hierna volgden nog de Valkenberg(122 km), de zware Eikenberg, en de Leberg. Na de afdaling van de Berendries moet je dan in Zwalm in een keer klein schakelen, dan steek je rechtsaf de Molenberg op. Deze kasseienklim heeft het karakter van een schubbenrug van een krokodil. Na 160 km had ik het bovenop de klim even helemaal gehad. Daar hadden we een gezellig praatje met de bewoner van de witte villa. Bij de profronde van Vlaanderen vertelde hij goede zaken te hebben gedaan met een kraampje met drinken en eten. Maar de zaterdag ervoor bij de toeristen was het nog beter. "Heel veel 'Ollanders', maar ook veel zwartrijders, in totaal 24.000 man!," vertelde de Belg.

Wat de kasseien betreft maak je in deze zogenaamde lichte klassieker toch ook wel wat mee: De Paddestraat vond ik heel slecht. Links-rechts neergekwakt en gaten met cementachtige troep opgevuld, waar scherp grint uit te voorschijn komt.(2200 m) en de Haaghoek(1800m) was ook niet gezellig. Maar druk op de pedalen houden, het stuur 'duwen', duim onder het stuur, achter op het zadel. Dat zijn van die tips, daar kan je wat mee.

Vlak voor de "Romy Pils"Controle bij Brouwerij Roman werden we op de Varent nog voorbijgeraasd door een "Asterix"-achtige figuur die kennelijk van de toverdrank had gesnoept. Het bleek een ADHD maatje te zijn bij een ons inmiddels aangesloten groepje Drenten. Asterix vertelde over zijn heroïsche avonturen. Hij haalde beklimmingen van de Ruta Del Sol en Luik-Bastenaken-Luik door elkaar. En hij sprong druk gebarend weer op zijn fiets, en weg was hij weer…

Bij de afdaling bij Scheldewindeke plotseling 3 Belgen met wilde armgebaren: een van hen zat met 2 kapotte knieën op de fiets. Diagnose: hij kon de bocht niet meer houden. Hij was in een moddergat naast een boerenwilgenweggetje geknald. Over de kop over zijn stuur. Ze stapten af. "Het is kapot, over en gedaan!" En dat na 184 km.
Het laatste stuk was ik zelf goed hersteld. Samen met Marien Merisse hebben we kop over kop de 2 Drenten meegetrokken door het gebied van de Schelde richting Gent. De  vrolijke jongens uit Drente reden op een manier zoals ik zelf altijd doe: als Italiaanse sluipmoordenaars hingen ze aan het touwtje! De ene( Onno) leek veel op Michele Bartoli en de ander(Johnny Wubbels) op Jacques Anquetil. Ze beloofden foto's op te sturen bij thuiskomst. Maar omdat de benen deze keer goed bleven in de finale deed ik het graag. Met 29 km/u gingen we op Gent af.

Onderin de beugels voelt deze fiets ook veel beter aan. Om 16u 50 kwamen we op de Gentse Roeibaan aan voor de laatste stempel. Niet steenkapot, maar het was wel heel gezellig, en dat is ook heel wat waard!

Bij het nazitten op het terras kwam nog een oververhitte Belg bij me zitten. Met een wat wonderlijke kledij: Twee shirts, een joggingbroek en een zware rugzak had hij alle hellingen bedwongen. Wat zeuren wij eigenlijk nog?…. Tot Parijs-Roubaix…