24 april 2004. De
4e Brevetrit was vooraf gevreesd. Een te koud voorjaar was
er schuldig aan dat er nog te weinig getraind kon worden.
Vooral om het duurvermogen omhoog te krijgen, moet je dan
eigenlijk ook lange ritten maken. Ik was nog niet verder
geweest dan 157 km! Stiekum zat ik hem ook te knijpen voor
een koude en natte Omloop Het Volk…
Maar dat viel ontzettend mee. In
de dagen voor deze Vlaamse Klassieker was het al een zacht
lenteweertje, terwijl op de vrijdag ervoor het zelfs 22
graden was. Een lekker autoritje zorgde al voor een relaxte
sfeer. Alleen op de onvermijdelijke Ringweg van Antwerpen
hadden we natuurlijk weer een file. Een ongeluk op de
Westoever van de Schelde zorgde voor 1u 15 minuten
oponthoud. Om 14.45 uur arriveerde ik in Gent. Het
pensionnetje had ik snel gevonden. "De Veergrep" in de
Kortrijksepoortstraat was een alleraardigst onderkomen. Van
de Kabouter Plop-achtige pensionbaas mocht ik zelfs zijn
garage lenen om auto en fiets te stallen. Hartstikke handig!
Vrijdagavond nog naar pizzeria "El Barolo" geweest, waar ik
voor € 15,= een complete pastamaaltijd met voorgerecht en 2
Duveltjes kreeg voorgeschoteld! 's Nachts heb ik bij wijze
van uitzondering zeer goed geslapen. Dat merkte ik 's
ochtends om 05.20u bij het opstaan zeer goed. Om 6 uur naar
de start bij de Gentse Roeivereniging. Bij het inschrijven
was het nog zeer rustig. Ik besloot om 6u35 te gaan rijden
in een rustig tempo. Af en toe zag je en verdwaalde fietser.
Het was wel steenkoud en mistig, ongeveer 5 graden. Windjack
en kniestukken bewezen een goede dienst. Tussen bomen en
huizen ging het nog wel, maar op de kale stukken tussen de
Leie en de Schelde was het ijskoud. Met betraande ogen en
een pegel op je neus vervolg je je weg. Langs eenzame
boerderijtjes en dorpsweggetjes waar af en toe een hond of
een paar loslopende kippen de stilte doorbreken.
Bij Nazareth na 11 km werd ik ingehaald door 4 ervaren
Belgen en een Nederlander. Dit was de bijna 50 jarige
Marien Vermerris uit Vlaardingen. Dit groepje reed een mooi
tempo van 27 km/u. Net wat voor mij! De Kluisberg vlak bij
de Franse grens bleek het 1e opstakel. Met ware
haarspeldbochten ging dit toch nog vrij steil en lang
omhoog. Na 53 km stond op de top de controle te wachten in
het gezellige restaurant. Bij de afdaling hierna ging ik nog
bijna onderuit toen ik -onverstandig- nog even snel wat
wilde drinken. Voorbij deze heuvel kregen we meteen de Cote
de Trieu(De Knokteberg) om de spieren maar goed op te
warmen.
Na 66 km de eerste kasseien stroken van de beruchte Oude
Kwaremont. Deze was nog heel herkenbaar van De Ronde Van
Vlaanderen met de beschilderde karikatuurborden van Museeuw,
Vandenbroecke en Van Petegem. Wel rammelen en klimmen
ondertussen… Hierna de Kalhoveberg(zie RVV). Even voorbij
dit punt hield ik voor een rijksweg even in voor een
aankomende auto. Marien reed nog achter mij en dook zo de
weg op. Hij had de Belg nooit gezien door het hoge rietgras!
Dat scheelde niet veel of Marien had niet Abraham, maar
Petrus bij de Hemelpoort gezien! "Ik schrok me rot!", aldus
de wit uitgeslagen Vlaardinger.
Marien bleek een uiterst aangename persoonlijkheid met de
uitstraling van de vroegere Klassiekerkoning Roger de
Vlaeminck. Hij reed op een Jan Janssen-fiets met triple. Ook
de Trekshirt met de (opmerkelijk) te korte achterzakjes
zorgden voor een professioneel geheel. Goed uitrijden was
voor deze winterse schaatsmarathoncrack belangrijker dan
snel finishen. Daar kon ik mij goed in vinden. De 4 Belgen
gingen op het vlakke plateau echter steeds sneller. Ik
volgde ze nog een tijdje, om even voor de Muur van
Geraardsbergen weer op Marien te wachten. Daar werd ik in de
aanloop nog gebeld door mijn broer Dirk.
In het centrum van Geraardsbergen bleken wegwerkzaamheden
roet in het eten te gooien. We raakten even van de route af.
De klim zelf ging vrij goed na 100 km. Hij was ook opnieuw
bestraat. Toch blijft deze Muur een fenomeen van de eerste
orde. Maar dit Kestrel-frame klimt in ieder geval al een
stuk beter dan de vorige Batavus. Zeg maar grofweg een
tandje zwaarder omhoog klimmen. Het was natuurlijk droog.
Dat scheelt! Marien volgde zijn hartslagmeter en reed voor
de 1e keer hartstikke trots zonder te stoppen naar boven.
Grote klasse!
Hierna volgden nog de Valkenberg(122 km), de zware
Eikenberg, en de Leberg. Na de afdaling van de Berendries
moet je dan in Zwalm in een keer klein schakelen, dan steek
je rechtsaf de Molenberg op. Deze kasseienklim heeft het
karakter van een schubbenrug van een krokodil. Na 160 km had
ik het bovenop de klim even helemaal gehad. Daar hadden we
een gezellig praatje met de bewoner van de witte villa. Bij
de profronde van Vlaanderen vertelde hij goede zaken te
hebben gedaan met een kraampje met drinken en eten. Maar de
zaterdag ervoor bij de toeristen was het nog beter. "Heel
veel 'Ollanders', maar ook veel zwartrijders, in totaal
24.000 man!," vertelde de Belg.
Wat de kasseien betreft maak je in deze zogenaamde lichte
klassieker toch ook wel wat mee: De Paddestraat vond ik heel
slecht. Links-rechts neergekwakt en gaten met cementachtige
troep opgevuld, waar scherp grint uit te voorschijn
komt.(2200 m) en de Haaghoek(1800m) was ook niet gezellig.
Maar druk op de pedalen houden, het stuur 'duwen', duim
onder het stuur, achter op het zadel. Dat zijn van die tips,
daar kan je wat mee.
Vlak voor de "Romy Pils"Controle bij Brouwerij Roman werden
we op de Varent nog voorbijgeraasd door een "Asterix"-achtige
figuur die kennelijk van de toverdrank had gesnoept. Het
bleek een ADHD maatje te zijn bij een ons inmiddels
aangesloten groepje Drenten. Asterix vertelde over zijn
heroïsche avonturen. Hij haalde beklimmingen van de Ruta Del
Sol en Luik-Bastenaken-Luik door elkaar. En hij sprong druk
gebarend weer op zijn fiets, en weg was hij weer…
Bij de afdaling bij Scheldewindeke plotseling 3 Belgen met
wilde armgebaren: een van hen zat met 2 kapotte knieën op de
fiets. Diagnose: hij kon de bocht niet meer houden. Hij was
in een moddergat naast een boerenwilgenweggetje geknald.
Over de kop over zijn stuur. Ze stapten af. "Het is kapot,
over en gedaan!" En dat na 184 km.
Het laatste stuk was ik zelf goed hersteld. Samen met Marien
Merisse hebben we kop over kop de 2 Drenten meegetrokken
door het gebied van de Schelde richting Gent. De vrolijke
jongens uit Drente reden op een manier zoals ik zelf altijd
doe: als Italiaanse sluipmoordenaars hingen ze aan het
touwtje! De ene( Onno) leek veel op Michele Bartoli en de
ander(Johnny Wubbels) op Jacques Anquetil. Ze beloofden
foto's op te sturen bij thuiskomst. Maar omdat de benen deze
keer goed bleven in de finale deed ik het graag. Met 29 km/u
gingen we op Gent af.
Onderin de beugels voelt deze fiets ook veel beter aan. Om
16u 50 kwamen we op de Gentse Roeibaan aan voor de laatste
stempel. Niet steenkapot, maar het was wel heel gezellig, en
dat is ook heel wat waard!
Bij het nazitten op het terras kwam nog een oververhitte
Belg bij me zitten. Met een wat wonderlijke kledij: Twee
shirts, een joggingbroek en een zware rugzak had hij alle
hellingen bedwongen. Wat zeuren wij eigenlijk nog?…. Tot
Parijs-Roubaix…
|