2003. De finish kwam na 250 kilometer als
een verlossing. Kapot zat ik niet, maar ik had ook weinig
zin om nog verder te gaan. Na dertig beklimmingen had ik het
wel gehad. Limburgs Mooiste zat er op.
Kasseien en
vervolgens 10 procent omhoog. De Seffenterberg in Duitsland
vormde misschien wel de grootste verrassing van Limburgs
Mooiste van 18 mei 2003. Een kasseienaanloop en vervolgens
over een smal, slecht asfaltpaadje over 800 meter 10 procent
omhoog. Een mooie klim, waar veel deelnemers zich op
verkeken. Menigeen moest van de fiets stappen, vooral omdat
ze bij de kasseienaanloop in de rem knepen in plaats van er
in volle vaart overheen te gaan.
Succes
Limburgs
Mooiste is in twaalf jaar uitgegroeid tot een van de
grootste fietsevenementen van Nederland. Meer dan 10.000
mensen rijden jaarlijkse deze toerversie van de Amstel
Goldrace. Het succes komt deels door de goede organisatie en
deels door de mooie tocht door het Limburgse land. Alle
bekende bergen zijn er in opgenomen, zoals de Keutenberg, de
Cauberg, de Pas van Wolfhaag en de Eijserbosweg. Eigenlijk
ontbraken alleen de Barakkenberg en de Dode Man, maar deze
zijn niet in combinatie met de andere beklimmingen in het
parcours op te nemen zonder dat duizenden fietsers elkaar in
de wielen rijden.
Genieten
Het weer
vormde dit jaar niet echt een spelbreker. Ik vertrok om zes
uur weliswaar in de regen en kreeg een uur later zelfs een
plensbui over me heen. Maar om een uur of negen klaarde het
op en het bleef droog tot na de finish. Het gaf me de
gelegenheid te genieten van de vele beklimmingen. Zoals van
de Seffenternerg, maar ook de klim door het Bovenste Bosch
bij Teuven was prachtig; via haarspeldbochten door het bos
naar boven. Ik had ook genoeg gelegenheid om rond te kijken,
want de klim vroeg met 4,7 procent over 1700 meter niet
direct het uiterste van me. Zoals er eigenlijk nergens een
klim was waar ik het onderste uit de kan moest halen. Dat
gaf aan de finish wel een katterig gevoel. Natuurlijk voelde
ik mijn benen na 250 kilometer en dertig beklimmingen, maar
ik had niet direct het gevoel iets groots te hebben
verricht.
Opbouw
Dat laatste
had ook te maken met de opbouw van de tocht. De eerste 150
kilometer - de rode lus - vond ik ronduit schitterend. Ik
reed over een prachtig parcours en kreeg ook nog eens de
zwaarste beklimmingen voor m'n kiezen. Tijdens het rijden
van de tweede 100 kilometer - de blauwe lus - bekroop mij
meer dan eens het gevoel dat deze er aan was geplakt om aan
de 250 kilometer te komen. Het eerste deel volgde voor een
belangrijk deel de rode lus, met als gevolg dat ik de
Cauberg en de Geulhemmerberg twee keer moest beklimmen.
Daarna reed ik nog eens 20 kilometer langs de dijk van het
Julianakanaal, iets dat me wel heel erg aan Noord-Holland
deed denken. Echte zware beklimmingen kende dit deel ook
niet meer, maar er zat nog wel een verrassing in: de
kasseienstrook van 500 meter in Elsloo. Toch wat magertjes
voor 100 kilometer. |