wielerklassieker verslag
Limburgs Mooiste, 250 kilometer |  Martin Gerritsen |
Klimmen tussen verborgen kasseien |  publ. 10 dec 2005  |
 

2003. De finish kwam na 250 kilometer als een verlossing. Kapot zat ik niet, maar ik had ook weinig zin om nog verder te gaan. Na dertig beklimmingen had ik het wel gehad. Limburgs Mooiste zat er op.

Kasseien en vervolgens 10 procent omhoog. De Seffenterberg in Duitsland vormde misschien wel de grootste verrassing van Limburgs Mooiste van 18 mei 2003. Een kasseienaanloop en vervolgens over een smal, slecht asfaltpaadje over 800 meter 10 procent omhoog. Een mooie klim, waar veel deelnemers zich op verkeken. Menigeen moest van de fiets stappen, vooral omdat ze bij de kasseienaanloop in de rem knepen in plaats van er in volle vaart overheen te gaan.

Succes

Limburgs Mooiste is in twaalf jaar uitgegroeid tot een van de grootste fietsevenementen van Nederland. Meer dan 10.000 mensen rijden jaarlijkse deze toerversie van de Amstel Goldrace. Het succes komt deels door de goede organisatie en deels door de mooie tocht door het Limburgse land. Alle bekende bergen zijn er in opgenomen, zoals de Keutenberg, de Cauberg, de Pas van Wolfhaag en de Eijserbosweg. Eigenlijk ontbraken alleen de Barakkenberg en de Dode Man, maar deze zijn niet in combinatie met de andere beklimmingen in het parcours op te nemen zonder dat duizenden fietsers elkaar in de wielen rijden.

Genieten

Het weer vormde dit jaar niet echt een spelbreker. Ik vertrok om zes uur weliswaar in de regen en kreeg een uur later zelfs een plensbui over me heen. Maar om een uur of negen klaarde het op en het bleef droog tot na de finish. Het gaf me de gelegenheid te genieten van de vele beklimmingen. Zoals van de Seffenternerg, maar ook de klim door het Bovenste Bosch bij Teuven was prachtig; via haarspeldbochten door het bos naar boven. Ik had ook genoeg gelegenheid om rond te kijken, want de klim vroeg met 4,7 procent over 1700 meter niet direct het uiterste van me. Zoals er eigenlijk nergens een klim was waar ik het onderste uit de kan moest halen. Dat gaf aan de finish wel een katterig gevoel. Natuurlijk voelde ik mijn benen na 250 kilometer en dertig beklimmingen, maar ik had niet direct het gevoel iets groots te hebben verricht.

Opbouw

Dat laatste had ook te maken met de opbouw van de tocht. De eerste 150 kilometer - de rode lus - vond ik ronduit schitterend. Ik reed over een prachtig parcours en kreeg ook nog eens de zwaarste beklimmingen voor m'n kiezen. Tijdens het rijden van de tweede 100 kilometer - de blauwe lus - bekroop mij meer dan eens het gevoel dat deze er aan was geplakt om aan de 250 kilometer te komen. Het eerste deel volgde voor een belangrijk deel de rode lus, met als gevolg dat ik de Cauberg en de Geulhemmerberg twee keer moest beklimmen. Daarna reed ik nog eens 20 kilometer langs de dijk van het Julianakanaal, iets dat me wel heel erg aan Noord-Holland deed denken. Echte zware beklimmingen kende dit deel ook niet meer, maar er zat nog wel een verrassing in: de kasseienstrook van 500 meter in Elsloo. Toch wat magertjes voor 100 kilometer.