5 juni 2004. Vandaag de eerste
klassieker gereden. Nadat ik eerder dit jaar had afgezien
van deelname aan de tourversie van de Amstel Gold Race (het
was iets te vroeg in het seizoen, ik had nog niet genoeg
kilometers gemaakt), moest het nu dan toch gaan gebeuren.
Of ik er nu
wel klaar voor ben, is nog afwachten. Ik heb zo'n 1870
kilometers gemaakt op de racefiets en een paar honderd op de
ATB. Het aantal heuveltjes dat ik beklommen heb, is echter
minimaal. Een aantal keren de Zevenheuvelenweg en Oude
Holleweg bij Berg en Dal en soms wat heuveltjes in de buurt
van Rhenen.
Vandaag dus
250 kilometer en 35 beklimmingen, die ik zal proberen te
bedwingen samen met mijn collega René. We hebben samen al
wat mountainbike-tochten gemaakt en we hebben in het begin
van het seizoen een keer samen op de racefiets getraind. Dat
is al een tijd geleden, maar ik heb er vertrouwen in dat het
vandaag goed zal gaan.
Fietsen met ijsbenen
Precies op
het moment dat ik mijn auto parkeer op de oude drafbaan van
Megaland in Landgraaf, komt René er aan. Na het ophalen van
het stuurlabel en het klaarmaken van de fiets en de fietser,
kunnen we om precies half 7 vertrekken.
We fietsen zo'n tien minuten met ijsbenen, als we de de
officiële start krijgen (het eerste knipje in ons
stuurlabel, waar volgens mij de kilometers van de tocht pas
beginnen te tellen). We rijden over rustige wegen - soms wat
kleine slechte weggetjes - langzaam klimmend over enkele
heuveltjes naar het dak van de tocht, de Vaalserberg (322
meter). Door de regen van de afgelopen dagen is het wel
uitkijken waar je rijdt. Het is behoorlijk modderig en we
moeten bij de Vaalserberg ook nog over een stuk zandpad. We
zien dan ook al snel veel renners met lekke banden langs de
weg staan. Gelukkig hebben wij goede banden. Die hebben we
ook goed op spanning gebracht, zodat we onze reservebandjes
niet hoeven te gebruiken. De route is erg mooi. Het is
alleen jammer dat het zo'n bewolkt weer is, anders hadden we
nog meer van de vergezichten kunnen genieten.
Een pittige pukkel
Na ongeveer
52 kilometer komt de eerste serieuze beklimming, de
Gulpenberg. Het is een pittige pukkel waar je wel voor uit
je zadel moet. René ziet twee toeschouwers langs de kant van
de weg staan. Hij gooit er nog een eindspurt uit, zodat ze
niet voor niets staan te klappen. Meteen bovenaan is de
eerste controlepost. Nog nahijgend van de klim nemen we de
thee en krentenbol aan, die we opeten met een mooi uitzicht
op Gulpen.
We vervolgen onze weg weer door het mooie Zuid-Limburgse
land. Dat het hier goed verpozen is, merken aan de vele
vakantiehuisjes, hotelletjes en campings die we passeren.
Het is ondertussen 9 uur en het wordt al wat drukker met
auto's op de weg. Ook de Limburgers beginnen langzaam aan
wakker te worden. Er volgen weer een aantal heuveltjes. In
vergelijking met de andere renners gaan we goed en snel
omhoog. Ook de afdalingen gaan snel. Ik merk dat ik zonder
te trappen andere renners voorbij ga, maar dat komt
natuurlijk ook omdat ik met een gewicht van 90 kilo naar
beneden dender.
Na zo'n 105 kilometer volgt de tweede controlepost, die wat
minder gunstig gelegen is. We staan tussen de bouwmaterialen
onze Borndrink (wat niet mijn favoriete drankje zal worden)
en banaan naar binnen te werken. Na een telefoontje naar het
thuisfront dat alles nog goed gaat, besluiten we verder te
rijden en iets leukers te zoeken om even uit te rusten. We
zitten dan midden in het centrum van Gulpen, en de terrasjes
zien er aanlokkelijk uit. We drinken wat koffie en thee en
laten onze benen even rusten. Maar niet te lang, want we
zijn nog niet eens op de helft van de tocht.
Voor echte mannen
We zijn tot
nu toe heel tevreden over ons rijden. We kunnen tussen de
klimmetjes een goed tempo rijden van meer dan 30 km/uur. Ook
kijk ik zo nu en dan op mijn snelheidsmeter. Het gemiddelde
ligt continu rond de 25,7 km/uur. Al snel volgt er weer een
kuitenbijter, de Eyserbosweg. Ik vind hem behoorlijk zwaar,
maar het lukt me om boven te komen. Toch zijn er al renners
die stukken moeten lopen. We rijden door tot de derde
controlepost bovenaan de beklimming van de Oude Huls. Hier
krijgen we alleen wat te drinken. Voor de meeste renners die
de rode route rijden (150 km), is dat niet zo erg. Zij
hoeven nog maar zo'n 15 kilometer te fietsen. Maar wij zijn
nog maar net over de helft van onze tocht, dus ik had toch
wat eten verwacht. Gelukkig hebben we zelf een voorraad
meegenomen, zodat we een hongerklop nog even kunnen
uitstellen.
We fietsen verder richting Geleen en zien al snel het bord
'nog 10 kilometer'. Maar dat geldt natuurlijk nog niet voor
deze klasbakken die nog 110 km voor de wielen hebben. Even
later krijgen we de scheiding. De rode route (150 km) is
bijna klaar en gaat terug naar de finish. Wij gaan richting
de blauwe route om die te volgen en de laatste 105 kilometer
af te leggen. Of zoals René het zegt: hier worden de échte
mannen (en vrouwen) van de rest gescheiden. Als we Geleen
weer uit zijn, valt het ons op dat er nog maar weinig
renners over zijn. We rijden kilometers zonder ook maar
iemand te zien. Gelukkig wordt het later weer wat drukker,
zodat we niet het idee hebben dat we de enigen zijn die de
tocht aan het rijden zijn. Na zo'n 175 kilometer naderen we
Valkenburg en dat betekent dat ook de Cauberg eraan komt. De
laatste jaren is hier de finish van de Amstel Gold Race en
het bergje boezemt ons enige angst in. Zeker als je al 175
kilometer gefietst en geklommen hebt. Maar als we boven
zijn, hebben we allebei zoiets van: is dit nou alles? Het is
natuurlijk niet de makkelijkste klim, maar hij viel best
mee. En het geeft je natuurlijk een goed gevoel als je
anderen ziet afstappen, terwijl je zelf redelijk naar boven
kunt komen.
Over de kasseien
Er volgt weer
een controlepost waar we even uitrusten en na ongeveer 215
km volgt nog een kort klimmetje naar Elsloo (Maasberg). Ik
vroeg me al af, waarom ze een 200 meter lang klimmetje
hadden opgenomen. Maar als ik de kasseien zie liggen, wordt
het me duidelijk. Even vlucht ik met de fiets in het gootje
naast de kasseien. Maar na enkele meters wil ik toch laten
zien, dat ik meer een Flandrien ben dan een zweetdief en
dokker ik over de kasseien naar boven. Zo'n stukje klimmend
kasseienweg maakt me wel nieuwsgierig naar de Ronde van
Vlaanderen, waar je serieuze beklimmingen doet op
kasseienwegen. Dat zal wel zwaar zijn, maar daarom niet
minder een uitdaging.
Nog drie beklimmingen en we kunnen rustig terugrijden naar
Geleen. Er volgt nog wel eens een plakkende baan, maar echt
klimmen is er de laatste 25 kilometer niet meer bij. Het
blijft goed gaan. Vreemd eigenlijk dat niemand van ons nog
een inzinking of hongerklop heeft gehad. De gemiddelde
snelheid blijft hetzelfde en we stoempen 'rustig' door.
Even is er wat consternatie, als enkele pijlen verdwenen
zijn. Gelukkig heeft een groepje renners de weg al gevraagd.
Als we deze groep volgen, zien we na enkele straten weer de
blauwe pijlen. We passeren het bord 'nog 10 kilometer' wat
in dit geval ook voor ons geldt. Ik kijk op mijn teller en
zie dat er inderdaad 241 kilometer op staat. Maar als mijn
teller even later 252 aangeeft, verschijnt het bord 'nog 5
kilometer'. Dat valt even tegen. Uiteindelijk komen we op de
drafbaan en maken we nog een eindspurt onder de finishboog.
Wel moeten we snel in de remmen knijpen, willen we niet
tussen de dienbladen met bier eindigen die aan de meet aan
de renners worden uitgedeeld. We halen onze
herinneringsspeld en krijgen onze stempels voor het
klassiekerbrevet.
Het is een
mooie tocht geweest, waarvan de rode route (150 km)
duidelijk een stuk mooier was dan de blauwe (100 km). We
hebben geen pech gehad, geen lekke banden. We hebben goed en
regelmatig gereden, zonder hongerklop of inzinking. Het was
goed fietsweer: bewolkt, met soms een zonnetje, maar zonder
regen.
Kortom: ik kijk al uit naar mijn volgende klassieker. Ook al
wordt die waarschijnlijk pas volgend jaar gereden.
Klassieker
Afstand [km]
Limburgs Mooiste (Amstel Gold
Race)
256 km
Tijd [uur]
Snelheid [km/h]
Weer
9:57
25.72
Organisatie
De organisatie is goed. Megaland in Landgraaf is een prima
start- en finishplaats. Parkeren, inschrijven, start en
finish liggen allemaal dicht bij elkaar.
Er is een goede begeleiding bij gevaarlijke
oversteekplaatsen. Gevaarlijke afdalingen worden met borden
aangegeven. Ook handig zijn de bordjes bij de beklimmingen
die de lengte en percentages aangeven (ook al stonden ze
volgens mij soms pas halverwege of op het einde van de
klim).
Eten en drinken
Drinken (water, thee en Borndrink) onderweg is er voldoende.
Eten moet je wel deels zelf meebrengen.Want ook al krijg je
bijna bij iedere controle onderweg iets te eten (een
krentebol of banaan), is er bij de laatste controle van de
eerste lus (rode route) niets.
Verzet
Ik heb gereden met 53-39 en 12-23. Dat is goed te doen. Bij
de klimmetjes nam ik wel vaak het kleinste verzet. Dit met
de gedachte dat er toch 35 klimmetjes in de tocht zitten.
Bovendien wilde ik mijn knieën sparen.
|