wielerklassieker verslag
Limburgs Mooiste, 250 kilometer |  Jan Joosten |
  |  publ. 7 dec 2005  |
 

5 juni 2004. Vandaag de eerste klassieker gereden. Nadat ik eerder dit jaar had afgezien van deelname aan de tourversie van de Amstel Gold Race (het was iets te vroeg in het seizoen, ik had nog niet genoeg kilometers gemaakt), moest het nu dan toch gaan gebeuren.

Of ik er nu wel klaar voor ben, is nog afwachten. Ik heb zo'n 1870 kilometers gemaakt op de racefiets en een paar honderd op de ATB. Het aantal heuveltjes dat ik beklommen heb, is echter minimaal. Een aantal keren de Zevenheuvelenweg en Oude Holleweg bij Berg en Dal en soms wat heuveltjes in de buurt van Rhenen.

Vandaag dus 250 kilometer en 35 beklimmingen, die ik zal proberen te bedwingen samen met mijn collega René. We hebben samen al wat mountainbike-tochten gemaakt en we hebben in het begin van het seizoen een keer samen op de racefiets getraind. Dat is al een tijd geleden, maar ik heb er vertrouwen in dat het vandaag goed zal gaan.

Fietsen met ijsbenen

Precies op het moment dat ik mijn auto parkeer op de oude drafbaan van Megaland in Landgraaf, komt René er aan. Na het ophalen van het stuurlabel en het klaarmaken van de fiets en de fietser, kunnen we om precies half 7 vertrekken.

We fietsen zo'n tien minuten met ijsbenen, als we de de officiële start krijgen (het eerste knipje in ons stuurlabel, waar volgens mij de kilometers van de tocht pas beginnen te tellen). We rijden over rustige wegen - soms wat kleine slechte weggetjes - langzaam klimmend over enkele heuveltjes naar het dak van de tocht, de Vaalserberg (322 meter). Door de regen van de afgelopen dagen is het wel uitkijken waar je rijdt. Het is behoorlijk modderig en we moeten bij de Vaalserberg ook nog over een stuk zandpad. We zien dan ook al snel veel renners met lekke banden langs de weg staan. Gelukkig hebben wij goede banden. Die hebben we ook goed op spanning gebracht, zodat we onze reservebandjes niet hoeven te gebruiken. De route is erg mooi. Het is alleen jammer dat het zo'n bewolkt weer is, anders hadden we nog meer van de vergezichten kunnen genieten.

Een pittige pukkel

Na ongeveer 52 kilometer komt de eerste serieuze beklimming, de Gulpenberg. Het is een pittige pukkel waar je wel voor uit je zadel moet. René ziet twee toeschouwers langs de kant van de weg staan. Hij gooit er nog een eindspurt uit, zodat ze niet voor niets staan te klappen. Meteen bovenaan is de eerste controlepost. Nog nahijgend van de klim nemen we de thee en krentenbol aan, die we opeten met een mooi uitzicht op Gulpen.

We vervolgen onze weg weer door het mooie Zuid-Limburgse land. Dat het hier goed verpozen is, merken aan de vele vakantiehuisjes, hotelletjes en campings die we passeren. Het is ondertussen 9 uur en het wordt al wat drukker met auto's op de weg. Ook de Limburgers beginnen langzaam aan wakker te worden. Er volgen weer een aantal heuveltjes. In vergelijking met de andere renners gaan we goed en snel omhoog. Ook de afdalingen gaan snel. Ik merk dat ik zonder te trappen andere renners voorbij ga, maar dat komt natuurlijk ook omdat ik met een gewicht van 90 kilo naar beneden dender.

Na zo'n 105 kilometer volgt de tweede controlepost, die wat minder gunstig gelegen is. We staan tussen de bouwmaterialen onze Borndrink (wat niet mijn favoriete drankje zal worden) en banaan naar binnen te werken. Na een telefoontje naar het thuisfront dat alles nog goed gaat, besluiten we verder te rijden en iets leukers te zoeken om even uit te rusten. We zitten dan midden in het centrum van Gulpen, en de terrasjes zien er aanlokkelijk uit. We drinken wat koffie en thee en laten onze benen even rusten. Maar niet te lang, want we zijn nog niet eens op de helft van de tocht.
 

Voor echte mannen

We zijn tot nu toe heel tevreden over ons rijden. We kunnen tussen de klimmetjes een goed tempo rijden van meer dan 30 km/uur. Ook kijk ik zo nu en dan op mijn snelheidsmeter. Het gemiddelde ligt continu rond de 25,7 km/uur. Al snel volgt er weer een kuitenbijter, de Eyserbosweg. Ik vind hem behoorlijk zwaar, maar het lukt me om boven te komen. Toch zijn er al renners die stukken moeten lopen. We rijden door tot de derde controlepost bovenaan de beklimming van de Oude Huls. Hier krijgen we alleen wat te drinken. Voor de meeste renners die de rode route rijden (150 km), is dat niet zo erg. Zij hoeven nog maar zo'n 15 kilometer te fietsen. Maar wij zijn nog maar net over de helft van onze tocht, dus ik had toch wat eten verwacht. Gelukkig hebben we zelf een voorraad meegenomen, zodat we een hongerklop nog even kunnen uitstellen.

We fietsen verder richting Geleen en zien al snel het bord 'nog 10 kilometer'. Maar dat geldt natuurlijk nog niet voor deze klasbakken die nog 110 km voor de wielen hebben. Even later krijgen we de scheiding. De rode route (150 km) is bijna klaar en gaat terug naar de finish. Wij gaan richting de blauwe route om die te volgen en de laatste 105 kilometer af te leggen. Of zoals René het zegt: hier worden de échte mannen (en vrouwen) van de rest gescheiden. Als we Geleen weer uit zijn, valt het ons op dat er nog maar weinig renners over zijn. We rijden kilometers zonder ook maar iemand te zien. Gelukkig wordt het later weer wat drukker, zodat we niet het idee hebben dat we de enigen zijn die de tocht aan het rijden zijn. Na zo'n 175 kilometer naderen we Valkenburg en dat betekent dat ook de Cauberg eraan komt. De laatste jaren is hier de finish van de Amstel Gold Race en het bergje boezemt ons enige angst in. Zeker als je al 175 kilometer gefietst en geklommen hebt. Maar als we boven zijn, hebben we allebei zoiets van: is dit nou alles? Het is natuurlijk niet de makkelijkste klim, maar hij viel best mee. En het geeft je natuurlijk een goed gevoel als je anderen ziet afstappen, terwijl je zelf redelijk naar boven kunt komen.
 

Over de kasseien

13°

Er volgt weer een controlepost waar we even uitrusten en na ongeveer 215 km volgt nog een kort klimmetje naar Elsloo (Maasberg). Ik vroeg me al af, waarom ze een 200 meter lang klimmetje hadden opgenomen. Maar als ik de kasseien zie liggen, wordt het me duidelijk. Even vlucht ik met de fiets in het gootje naast de kasseien. Maar na enkele meters wil ik toch laten zien, dat ik meer een Flandrien ben dan een zweetdief en dokker ik over de kasseien naar boven. Zo'n stukje klimmend kasseienweg maakt me wel nieuwsgierig naar de Ronde van Vlaanderen, waar je serieuze beklimmingen doet op kasseienwegen. Dat zal wel zwaar zijn, maar daarom niet minder een uitdaging.

Nog drie beklimmingen en we kunnen rustig terugrijden naar Geleen. Er volgt nog wel eens een plakkende baan, maar echt klimmen is er de laatste 25 kilometer niet meer bij. Het blijft goed gaan. Vreemd eigenlijk dat niemand van ons nog een inzinking of hongerklop heeft gehad. De gemiddelde snelheid blijft hetzelfde en we stoempen 'rustig' door.

Even is er wat consternatie, als enkele pijlen verdwenen zijn. Gelukkig heeft een groepje renners de weg al gevraagd. Als we deze groep volgen, zien we na enkele straten weer de blauwe pijlen. We passeren het bord 'nog 10 kilometer' wat in dit geval ook voor ons geldt. Ik kijk op mijn teller en zie dat er inderdaad 241 kilometer op staat. Maar als mijn teller even later 252 aangeeft, verschijnt het bord 'nog 5 kilometer'. Dat valt even tegen. Uiteindelijk komen we op de drafbaan en maken we nog een eindspurt onder de finishboog. Wel moeten we snel in de remmen knijpen, willen we niet tussen de dienbladen met bier eindigen die aan de meet aan de renners worden uitgedeeld. We halen onze herinneringsspeld en krijgen onze stempels voor het klassiekerbrevet.

Het is een mooie tocht geweest, waarvan de rode route (150 km) duidelijk een stuk mooier was dan de blauwe (100 km). We hebben geen pech gehad, geen lekke banden. We hebben goed en regelmatig gereden, zonder hongerklop of inzinking. Het was goed fietsweer: bewolkt, met soms een zonnetje, maar zonder regen.

Kortom: ik kijk al uit naar mijn volgende klassieker. Ook al wordt die waarschijnlijk pas volgend jaar gereden.

Klassieker                                                  Afstand [km]  

Limburgs Mooiste (Amstel Gold Race)           256 km

Tijd [uur]                Snelheid [km/h]                Weer

    9:57                       25.72

 

Organisatie
De organisatie is goed. Megaland in Landgraaf is een prima start- en finishplaats. Parkeren, inschrijven, start en finish liggen allemaal dicht bij elkaar.
Er is een goede begeleiding bij gevaarlijke oversteekplaatsen. Gevaarlijke afdalingen worden met borden aangegeven. Ook handig zijn de bordjes bij de beklimmingen die de lengte en percentages aangeven (ook al stonden ze volgens mij soms pas halverwege of op het einde van de klim).

Eten en drinken
Drinken (water, thee en Borndrink) onderweg is er voldoende. Eten moet je wel deels zelf meebrengen.Want ook al krijg je bijna bij iedere controle onderweg iets te eten (een krentebol of banaan), is er bij de laatste controle van de eerste lus (rode route) niets.

Verzet
Ik heb gereden met 53-39 en 12-23. Dat is goed te doen. Bij de klimmetjes nam ik wel vaak het kleinste verzet. Dit met de gedachte dat er toch 35 klimmetjes in de tocht zitten. Bovendien wilde ik mijn knieën sparen.